Jeroen Zwart vecht voor passagierskaart
woensdag 23 december 2009 10:29
OOSTERBEEK - Oosterbeker Jeroen Zwart, sinds vijf jaar volkomen blind, vecht voor een gehandicaptenpassagierskaart. In februari 2008 vroeg hij zo'n kaart aan in de gemeente Renkum.
door Maria Koster
Reden: ,,Ik ben blind en afhankelijk van de mantelzorg als ik de stad in wil gaan en ik heb altijd een begeleider nodig, ook mijn vrouw gaat vaker mee. Laatst waren we in de stad en ze zette me af bij een winkel in de Steenstraat. Ze stond op een plaats van laden en lossen en werd gesommeerd verder te gaan, maar er was geen parkeerplaats. Toen ik naar buiten kwam was ze er niet. Ik stond op een plaats waar ze niet kon stoppen. Hetty reed weer een rondje totdat ik snel de auto in kon stappen".
Recht toe, recht aan
In het park, met mijn hond is het geen probleem alleen te lopen, recht toe, recht aan, naar het bankje waar ik vaker zit en mensen ontmoet,die ook hun hond uitlaten, maar in een vreemde omgeving ben ik hulpeloos. Vervelend is het om mensen te moeten vragen mee te gaan, want dan zijn ze veel tijd kwijt aan parkeren en lopen. En ik moet al zoveel vragen", verzucht Zwart.
Hij is actief, ijvert voor andere blinden en slechtzienden, om hun omgeving duidelijk te maken wat het betekent afhankelijk te zijn. Zo organiseerde hij een etentje met een groep zienden die met een blinddoek voor gingen eten. ,,Het was na afloop een slagveld op de tafel", lacht hij. Gevoel voor humor heeft hij, ondanks zijn handicap behouden, al is het soms moeilijk opgewekt te blijven.
Veel makkelijker
,,Het leven zou voor mij zoveel makkelijker zijn, als ik zo'n kaart kan krijgen. Waarom doen ze zo? Ik weet van een paar andere gemeenten, zoals Ede, dat zij wel een kaart verstrekken. Daar heeft zelfs iemand een parkeerplaats voor zijn deur gekregen! In onze gemeente zijn een paar blinden die zo'n kaart hebben. ,,Dat zal een vergissing zijn", werd mij gezegd. Iemand had in een andere gemeente plaats een kaart gekregen en toen ze hier naar toe verhuisde werd deze weer verstrekt.
In augustus kwam Zwarts zaak voor de Arnhemse rechter. Hij was vergezeld van enkele vrienden en een gemeenteraadslid. De jurist/verweerder die namens de gemeente sprak hamerde steeds op het feit dat in de bepaling staat: men moet 100 meter zelfstandig kunnen lopen. Zwart: ,,Hier draait alles om. Ik kan lopen, maar niet zelfstandig. In een andere omgeving ben ik stuurloos. De geluiden zijn anders, er zijn obstakels op de weg en dan voel je je onzeker, dan is er ook het gevaar van vallen. Gemeenten gaan verschillend om met de regelgeving. Men beroept zich op de landelijke wet, maar de interpretatie daarvan is per gemeente verschillend. De uitspraak was negatief. ,,Voor de deur bij een concertzaal of schouwburg uitstappen, dat zou toch een feest zijn?" Zwart wil in hoger beroep gaan, maar de 'strijd' heeft hem al een financiële aderlating bezorgd. ,,Wéér vechten: ik word er zo moe, maar ook verdrietig van.."