Naar fotobesteloverzicht >>    ( foto in winkelwagen)
Foto: Jan Boelens
Historisch Museum in Wolfheze bestaat twintig jaar
woensdag 20 mei 2009 00:01
WOFHEZE - ,,Kijk hier liep een denkbeeldige lijn over het terrein. Aan de dorpskant zaten de manlijke en aan de andere kant de vrouwelijke patiënten. Die scheidingslijn liep tot 1945 over het terrein". Cees Boersma (69) wijst naar een oude tekening van wat indertijd inrichting Wolfheze heette.

door Jet Kooderings

,,Die lijn liep ook dwars door dit gebouw, een barak voor besmettelijke ziekten zoals tbc en rode hond," vervolgt Cees Boersma. Nu is het gebouw op het terrein van de Gelderse Roos ingericht als museum, waar belangstellenden iedere woensdagmorgen van negen tot twaalf uur terecht kunnen. Dit Historisch Museum is een initiatief van Boersma, die zich al jaren bezighoudt met de geschiedenis van de Gelderse Roos in Wolfheze, een instelling die 102 jaar bestaat.

Deze week vierde het museum het twintigjarig bestaan met een aantal extra openstellingen. Wie het museum bezoekt krijgt een goed beeld van de ontwikkeling in de psychiatrische instelling. Een nog beter beeld krijgt men wanneer Cees Boersma erbij vertelt, want deze gepensioneerde medewerker van de Gelderse Roos weet heel veel van de geschiedenis en spreekt er gepassioneerd over.

Christelijke verzorging
Het was de christelijk gereformeerde predikant prof. dr. Lucas Lindeboom uit Kampen, die in het jaar 1884 een vereniging oprichtte voor geestes- en zenuwzieken. Lindeboom schreef alle kerken aan dat er iets gedaan moest worden voor deze mensen en zo is de vereniging tot stand gekomen. Met het ingezamelde geld van de kerken kon in 1886 de eerste instelling, Veldwijk in Ermelo, worden opgericht, daarna volgden Bloemendaal in Loosduinen, Dennenoord in Zuid-Laren en op 28 november 1907 ging inrichting Wolfheze open. De allereerste patiënt, een mevrouw uit de Betuwe, werd op 3 december 1907 opgenomen, haar dossier ligt in een van de vitrinekasten. ,,Je had paviljoens met een vader en een moeder. De vader was er voor verpleegkundige zaken en de moeder regelde het huishoudelijke gedeelte. Al het personeel woonde intern bij die vader en moeder. In het begin hadden de paviljoens nummers, in 1913 werden er namen aan gegeven zoals Dennenoord, Boszicht, Lindehof en Eikenhorst," vertelt Boersma.

Orde en structuur
Er heerste orde en structuur en de dienst werd uitgemaakt door geneesheer-directeur dr. Ronda en de predikant. In 23 artikelen, verwoord in de 'Algemeene Voorschriften voor het Verpleegpersoneel', zijn alle regels vastgelegd, waaraan men zich moest houden. Hierbij was de leidraad: christelijke liefde, lankmoedigheid, blijmoedigheid en beslistheid. De grote ommekeer kwam met geneesheer-directeur dr Hendrik van de Drift, die tussen 1944-1974 veel veranderingen invoerde onder andere het bouwen van sociowoningen en het verkleinen van afdelingen.
Ook zette hij de patiënten aan tot activiteiten zoals wandelen en werken in de tuin. Veel oude attributen, die vroeger gebruikt werden bij het behandelen van de 'Krankzinnigen', zijn bewaard gebleven. Prominent aanwezig zijn een elektroshockapparaat en een bijbel. ,,Iedereen die in de goot lag kon hier terecht om christelijk verzorgd te worden", aldus Cees Boersma.